Your browser is outdated. Upgrade your browser for better user experience and security

Met de vergrijzing van de wereldbevolking blijft het aantal mensen met dementie en andere vormen van cognitieve achteruitgang toenemen. Veilige en betaalbare interventies om leeftijdsgebonden cognitieve achteruitgang te voorkomen of te vertragen zijn noodzakelijk. Studies hebben een verband aangetoond tussen gehoorverlies en de ontwikkeling van dementie bij ouderen. Onderzoek suggereert ook dat het gebruik van hoortoestellen om gehoorverlies te behandelen de ontwikkeling van cognitieve problemen kan helpen vertragen. De mogelijke verbanden tussen de behandeling van gehoorverlies en de verbeteringen op cognitief vlak werden echter nog niet onderzocht in het kader van grote gerandomiseerde studies.

Dr. Frank Lin

Om die leemte op te vullen en de invloed van een hoortoestel op de cognitieve achteruitgang bij ouderen met gehoorverlies te bestuderen, rekruteerde een onderzoeksteam onder leiding van dr. Frank Lin, directeur van het Cochlear Center for Hearing and Public Health en hoogleraar neus-, keel- en oorheelkunde aan de Johns Hopkins University, bijna 1.000 ouderen voor een drie jaar durende klinische studie.

De ACHIEVE-studie (The Aging and Cognitive Health Evaluation in Elders) is een gerandomiseerde gecontroleerde studie in meerdere centra met parallelle groepen waarvoor volwassenen in de leeftijd van 70 tot 84 jaar met onbehandeld gehoorverlies en zonder significante cognitieve stoornissen werden gerekruteerd. Opgemerkt moet worden dat de deelnemers afkomstig waren uit twee verschillende populaties: 238 oudere volwassenen in goede gezondheid uit een langetermijnstudie naar hartgezondheid op vier locaties in de Verenigde Staten (het ‘ARIC’-cohort) en 739 onlangs gerekruteerde personen in zeer goede gezondheid afkomstig van dezelfde vier locaties (het ‘de novo’-cohort). De deelnemers die werden gerekruteerd in het kader van de studie naar hartgezondheid hadden meer risicofactoren voor dementie, met name het feit ouder te zijn en een snellere cognitieve achteruitgang te vertonen dan de deelnemers uit de algemene bevolking. De deelnemers werden willekeurig (1:1) toegewezen aan een gehoorinterventie (audiologisch advies en aanpassing van hoortoestellen) of een controle-interventie met gezondheidseducatie (individuele sessies met een gezondheidscoach over de preventie van chronische ziekten) en werden om de 6 maanden opgevolgd. 

Het primaire eindpunt was de evolutie over een tijdspanne van drie jaar van een gestandaardiseerde factorscore voor globale cognitie, verkregen uit een uitgebreide neurocognitieve testbatterij. De analyse werd uitgevoerd op een intention-to-treat-basis.

Oudere volwassenen blijven actief en sociaal betrokken om hun cognitieve gezondheid te ondersteunen.

Tussen 9 november 2017 en 25 oktober 2019 selecteerden de auteurs 3004 deelnemers, van wie er 977 willekeurig werden toegewezen aan ofwel de gehoorinterventiegroep (N= 490; 50%) ofwel de placebogroep (N = 487; 50%). Het cohort had een gemiddelde leeftijd van 76,8 jaar (+/- 4,0 jaar), bestond uit 523 vrouwen (54%) en de meeste deelnemers waren van Kaukasische afkomst (N=858; 88%). De deelnemers die hoortoestellen kregen, meldden een aanzienlijke verbetering van hun communicatievaardigheden in de loop van de studie in vergelijking met de deelnemers die alleen een educatieve interventie kregen. De deelnemers die een gehoorinterventie kregen, gebruikten gemiddeld 7,2 uur per dag een hoortoestel in het 3de jaar en hadden een HHIE-S score (Hearing Handicap Inventory for the Elderly- Screening, een maat voor de zelf waargenomen communicatiefunctie, daalde van gemiddeld 15,7 bij aanvang tot 7,8 in het 3de jaar. De HHIE-S-score van de deelnemers aan het educatieve programma steeg daarentegen van gemiddeld 14,9 bij aanvang naar 16,2 in het 3de jaar. Opgemerkt moet worden dat tijdens de follow-up slechts 2% van de deelnemers van de gehoorinterventiegroep afhaakte (stopzetting van het gebruik van hoortoestellen) tegenover 16% in de controlegroep die de educatieve interventie kreeg (verzoek om hoortoestellen te dragen buiten de studie).

Volgens de primaire analyse was de algehele cognitieve verandering (in SD-eenheden) niet significant verschillend tussen de deelnemers aan de gehoorinterventie en de deelnemers van de controlegroep voor gezondheidseducatie (p=0,96). Aanvullende analyses lieten echter significante verschillen zien in het effect van de gehoorinterventie op de cognitieve verandering na 3 jaar tussen het ‘ARIC’-cohort en het ‘de novo’-cohort (interactie p=0,010). In het ‘ARIC’-cohort was het voordeel van hoortoestellen aanzienlijk, met een afname van 48% in de cognitieve achteruitgang na 3 jaar vergeleken met de controlegroep (p=0,027). In het ‘de novo’-cohort was de cognitieve achteruitgang na 3 jaar niet significant verschillend tussen de gehoorinterventiegroep en de controlegroep (p=0,18). 

Andere belangrijke verschillen tussen het ‘ARIC’-cohort en het ‘de novo’-cohort waren lagere cognitieve basisscores bij de ‘ARIC’-deelnemers en een 2,7 keer grotere cognitieve achteruitgang na 3 jaar bij de controlepopulatie van het ‘ARIC’-cohort vergeleken met het ‘de novo’-cohort.

De algemene analyse toonde geen significant verschil tussen de gehoorinterventiegroep en de controlegroep wat betreft verschillen in de scores van specifieke cognitieve factoren in de domeinen uitvoerende functie, taal en geheugen. Een gestratificeerde analyse van het ‘ARIC’-cohort liet echter zien dat de gehoorinterventie significant geassocieerd was met een vertraging van de achteruitgang na 3 jaar in het domein taal (p=0,012) ten opzichte van de controlegroep met gezondheidseducatie.

Deze gerandomiseerde studie was de eerste in haar soort die de langetermijneffecten van een gehoorinterventie op het vertragen van de cognitieve achteruitgang heeft onderzocht. Hoewel de gehoorinterventie de cognitieve achteruitgang na 3 jaar niet vertraagde in de primaire analyse van het totale cohort, toonde een gevoeligheidsanalyse toch dat het effect verschilde tussen de twee studiepopulaties waaruit het totale cohort bestond. Deze resultaten suggereren dat een gehoorinterventie de cognitieve achteruitgang over een tijdspanne van drie jaar kan vertragen in populaties van oudere volwassenen met een verhoogd risico op cognitieve achteruitgang, maar niet in populaties met een verlaagd risico op cognitieve achteruitgang. De bevindingen van de ACHIEVE-studie dragen bij aan de steeds groter wordende dataset die suggereert dat rekening houdend met wijzigende risicofactoren, geassocieerd met cognitieve achteruitgang en dementie, het doeltreffend zou kunnen zijn om het wereldwijd groeiende dementieprobleem aan te pakken.

Volgens de auteurs zou het behandelen van gehoorverlies een belangrijk doel voor de wereldgezondheid kunnen zijn inzake preventie van dementie, aangezien gehoorverlies wijdverspreid is en behandeld kan worden met interventies zoals het gebruik van hoortoestellen. Dergelijke interventies worden echter te weinig gebruikt, ondanks het feit dat ze vrijwel geen medische risico’s met zich meebrengen en cognitieve achteruitgang kunnen helpen vertragen bij ouderen in de risicogroep.

Lin F. R., et al.; ACHIEVE Collaborative Research Group. Hearing intervention versus health education control to reduce cognitive decline in older adults with hearing loss in the USA (ACHIEVE): a multicentre, randomised controlled trial. Lancet. 2023 Sep 2;402(10404):786-797. doi: 10.1016/S0140-6736(23)01406-X. Epub 2023 Jul 18. PMID: 37478886; PMCID: PMC10529382.


Lees ook binnen dit dossier 'xxx'