Your browser is outdated. Upgrade your browser for better user experience and security
Voor hoortoestellen wordt de terugbetaling bepaald aan de hand van verschillende criteria zoals leeftijd, gehoorverlies, mono of stereo aanpassing.
Vanaf 1 juni ’24 bedraagt de minimale gehoordrempel om in aanmerking te komen voor een tussenkomst van de mutualiteit bij een hoortoestelaanpassing 35 dB HL. Daarnaast bedraagt de proefperiode in het geval van een eerste hoortoestelaanpassing minstens 28 kalenderdagen. Voor een hernieuwing blijft de proefperiode behouden op minstens 14 kalenderdagen (wijzigingen artikel 31, KB gepubliceerd op 2/4/’24).

Op 1 oktober 2021 werd het artikel 31 van de nomenclatuur aangepast door een reductie van het aantal nomenclatuurnummers en de introductie van pseudocodes
Reductie van het aantal nomenclatuurcodes
De 4 categorieën die nu bestaan, worden teruggebracht tot één basiscategorie met de verstrekkingen en hun corresponderende nomenclatuurnummers.
Pseudocodes worden toegevoegd
De pseudocodes zijn een aanvulling op de basiscodes.
Bijkomende verzekeringstegemoetkomingen
Voor bijkomende verzekeringstegemoetkomingen (beengeleiding/CROS/BICROS) wordt geen pseudocode geattesteerd.
Negatieve proef
Voor een negatieve proef wordt geen pseudocode geattesteerd.
Stap 1: gehospitaliseerd of ambulant
Stap 2: leeftijd van de patiënt
Stap 3: Type aanpassing
Stap 4: spraakaudiometrie mogelijk
Stap 5: gehoorverlies gelijk of meer dan 35 dB op 1, 2 en 4 kHz
Algemeen: een gehoorverlies van minstens 35 dB
Een verzekeringstegemoetkoming voor een toerusting ter correctie van het gehoor wordt toegestaan bij een gehoorverlies van minstens 35 dB (gemiddelde van de metingen tegen de frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz) aan het toe te rusten oor op basis van een tonale audiometrie.
Uitzonderingen: een gehoorverlies van minder dan 35 dB
Een verzekeringstegemoetkoming voor een toerusting ter correctie van het gehoor wordt ook toegestaan bij een gehoorverlies van minder dan 35 dB (gemiddelde van de metingen tegen de frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz) aan het toe te rusten oor wanneer:
Bij een CROS-aanpassing (Controlateral Routing of Offside Signals) wordt het geluid opgevangen (via een microfoon) aan het oor dat niet meer toerustbaar is en overgebracht naar het betere oor. Indien het beste oor eveneens minder goed functioneert, kan het geluid ook aan die kant worden opgepikt via een tweede microfoon en spreekt men van BICROS-aanpassing.
In het geval van een CROS- of BICROS-montage, moet naar het slechtste oor gekeken worden om te bepalen of het gehoorverlies, dat noodzakelijk is om in aanmerking te komen voor een verzekeringstegemoetkoming, bereikt is.
De bijkomende verzekeringstegemoetkoming voor een CROS- of BICROS-aanpassing is uitsluitend aanrekenbaar als aanvulling bij een monofonische toerusting.
Er wordt een verzekeringstegemoetkoming voor een contralaterale toerusting toegestaan om na de
aflevering van een monofonische toerusting over te stappen op een stereofonische toerusting indien:
Bij aflevering van een toerusting met beengeleiding ZONDER botverankering heeft de rechthebbende recht op de vergoeding voor een toerusting met luchtgeleiding en een extra verzekeringstegemoetkoming per oor dat wordt toegerust met beengeleiding zonder botverankering.
Bij aflevering van een toerusting met beengeleiding MET botverankering heeft de rechthebbende recht op de vergoeding voor een toerusting met luchtgeleiding en een bijkomende verzekeringstegemoetkoming per toerusting met beengeleiding met botverankering.
De beengeleidingstoestellen met magneet-koppeling worden beschouwd als een toerusting met beengeleiding zonder botverankering.
Algemeen: 5 dB tegen de vocale index
Uit het testverslag met de toerusting moet een gehoorwinst van ten minste 5 dB tegen de vocale index of 5% winst in de spraakverstaanbaarheid zonder ruis blijken. De metingen moeten gebeuren in een vrij veld omgeving met en zonder toerusting.
Uit het testverslag van de stereofonische toerusting moet een geobjectiveerde nauwkeuriger
lokalisatie voor de geluidsbron dan met de monofonische toerusting blijken. Deze lokalisatie wordt uitgedrukt in graden of procenten. Er dient een verbetering van minstens 10° of 10% te worden aangetoond met een lokalisatietest (IGLS, CLT of andere vergelijkbare testen) van de stereofonische toerusting tegenover de monofonische toerusting
Uitzonderingen:
Algemeen:
Een verzekeringstegemoetkoming voor een monofonische of stereofonische toerusting kan na de datum van de vorige aflevering opnieuw worden toegestaan na een termijn van:
Uitzonderingen:
Deze geldigheidstermijnen hebben betrekking op de maximaal aanvaarde periode tussen de datum van beide voorschriften en de ontvangstdatum van deze voorschriften door de audicien.
Wanneer deze beide voorschriften in het bezit zijn van de audicien binnen de hierboven vermelde termijnen, blijven ze geldig tot aan het einde van de aanvraagprocedure, zelfs indien de procedure langer duurt dan de hierboven voorziene geldigheidstermijnen van de voorschriften.