Your browser is outdated. Upgrade your browser for better user experience and security
Om anderen te kunnen verstaan, moeten slechthorende personen meer putten uit cognitieve middelen die ze eigenlijk nodig hebben voor andere taken. Professor Sophia Kramer vertelt meer over die extra inspanning die nodig is om gesproken taal in moeilijke omstandigheden te begrijpen. We noemen het de 'luisterinspanning'.
De luisterinspanning is één van de meest gehoorde klachten van mensen die slecht horen. Ze doet een beroep op verschillende cognitieve functies, zoals aandacht of werkgeheugen. Dat vermogen om je in te spannen, wordt beïnvloed door verschillende factoren. 'Je moet extra moeite doen om te begrijpen wat iemand zegt als er achtergrondlawaai is, of als die persoon niet duidelijk spreekt of een accent heeft. Ook motivatie en vermoeidheid spelen een rol', legt professor Kramer uit.

Heel wat onderzoekers bogen zich over de luisterinspanning en een manier om die te meten. Verschillende methodes werden gebruikt. Je zou een slechthorende persoon bijvoorbeeld kunnen vragen om de geleverde inspanning tijdens een gesprek subjectief te beoordelen, met een vragenlijst. 'Maar er zijn ook meer objectieve methodes', zegt prof. Kramer. 'Je kunt de bloedstroom in de hersenen meten om te bepalen hoeveel inspanning daar wordt geleverd. In ons laboratorium onderzoeken we ook de grootte van de pupil. Want als iemand zich meer inspant voor een taak, wordt de pupil groter.'
Ook gedragingen zijn meetbaar. Zo kan een langere reactietijd samenhangen met een complexere taak. De duale taak is een voorbeeld van een vaak gebruikte gedragsmeting om inspanning te meten.
De luisterinspanning heeft een impact op de levenskwaliteit van slechthorende patiënten. Vooral hun sociale leven lijdt eronder. 'Eén van de voornaamste klachten van slechthorenden is dat luisteren zo vermoeiend is. De patiënt zegt dat hij mentale middelen moet inzetten om ontbrekende informatie in te vullen. Hij moet voortdurend raden wat er wordt gezegd … En dat is zeer vermoeiend. Als je goed moet kunnen functioneren, bijvoorbeeld op kantoor, dan moet je veel inspanningen doen. En als dat elke dag, elke week en elke maand gebeurt en je niet meer kunt herstellen van die extra stress kan dit leiden tot uitval door ziekte of mentale problemen. Als die mensen de hele dag werkten en zich overdag hard moesten concentreren, zullen ze een verjaardagsfeest 's avonds misschien overslaan omdat ze overdag al zoveel energie staken in omzetten en luisteren. Sociale activiteiten worden dan vermeden, met mogelijk eenzaamheid tot gevolg.'
Velen klagen over vermoeidheid maar ze weten niet dat het gehoorverlies aan de basis kan liggen
Maar er zijn oplossingen. 'Eerst en vooral moeten mensen bewust worden gemaakt van de problematiek. Velen klagen over vermoeidheid maar ze weten niet dat het gehoorverlies aan de basis kan liggen.'
'Je kan de situatie waarin de slechthorende persoon zich bevindt misschien ook beïnvloeden. Als hij zijn plaats aan een tafel kan kiezen, dan gaat hij bijvoorbeeld het best tegenover zijn gesprekspartner zitten. Hij kan tijdens een vergadering vragen om niet door elkaar te praten. Hij kan een vergadering 's morgens inplannen in plaats van 's avonds … Hoortoestellen zijn nodig om de hoorbaarheid van spraak te kunnen verbeteren. Wij stellen vast dat hoortoestellen de luisterinspanning verminderen in stillere omgevingen.'
Een patiënt met gehoorverlies kan ervoor kiezen om al dan niet een inspanning te doen. De arts moet de patiënt uitleggen in welke situaties de inspanning kan toenemen en wanneer ze kan afnemen wanneer hij een hoortoestel draagt. De slechthorende persoon moet zijn agenda leren beheren zodat inspannende afspraken in de loop van de dag of doorheen de week meer gespreid kunnen worden.
Prof. Kramer en haar collega's zetten hun onderzoeken ondertussen verder. ‘Tot nu toe gebruikten we de pupilmeting om de luisterinspanning te meten. In het labo creëerden we allerlei luisteromstandigheden. We wilden weten hoe de inspanning werd verdeeld in al die omstandigheden. Is er een verschil als we onze patiënten bijvoorbeeld vragen om naar een zin te luisteren in plaats van een woord? En welke extra inspanning moet er worden geleverd wanneer we achtergrondgeluid toevoegen? Dit gebeurt allemaal in een labo context maar we willen nu beoordelen hoe dit zich vertaalt naar het echte leven. Is er een verband tussen wat we meten in de pupil en andere fysiologische metingen van stress, zoals bloeddruk of elektrodermale activiteit om cardiovasculaire stress te meten? Dat soort metingen wordt niet enkel in het laboratorium uitgevoerd. We meten de fysiologische reacties van deelnemers ook op hun werk. We ontvingen gegevens over veel personen en zijn die nu aan het analyseren.’